Tips & Tricks

Zeugen:

Vermijd stress in de stal.

Controleer regelmatig het volume voeder in de dosators. Dit kan variëren door het hectolitergewicht van de graanoogst.

Najaarsdip

Het najaar is vaak geen gemakkelijk seizoen om gelten/zeugen goed in bronst en/of dragend te krijgen na inseminatie. Het korter worden van de dagen (licht) gaat het snelst in de periode augustus tot oktober, precies de tijd van de matige vruchtbaarheid van de zeug. De maand september levert de meeste problemen op. Dan worden de dagen qua daglicht in België een paar uur korter. Natuurlijk is het klimaat ook anders in de herfst. Naarmate de overgang van de zomerwarmte naar de herfstkoude groter is, zijn de vruchtbaarheidsproblemen ook groter.

Deze periode gaat ook gepaard met het verharen van de zeugen. Het zijn bovendien de zeugen die in mindere conditie zijn die eerst afhaken, maar bovenal de zeugen die in het begin van de dracht te weinig gevoerd worden.

Maatregelen:

Zorg voor een licht lengte van minimaal 14 uur bij minimaal 100 lux!
Vooral grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht hebben een negatieve invloed. De temperatuur dient constant tussen 18-21⁰C gehouden te worden!
Laat de zeugen in de eerste en gevoeligste maand van de dracht niet merken dat de dagen korter worden met licht. Sluit de koude najaarsnachten uit en pas de ventilatie op tijd aan. Beperk het conditieverlies in de kraamperiode en geef de gespeende zeugen na het dekken voldoende voer met de "Algoet vitamineskuur".

Vraag er naar bij uw Algoet-adviseur!

Hittestress:

Een verminderde voeropname, een hogere uitval en minder goede bevruchtingsresultaten bij zeugen zijn de meest nadelige gevolgen van hittestress. Wat kunnen we preventief doen om de schade te beperken?

Varkens kunnen in tegenstelling tot veel ander dieren een teveel aan lichaamswarmte moeilijk kwijt. De belangrijkste manier om hun lichaamstemperatuur bij grote hitte toch constant te houden, bestaat er in om zelf minder metabolische warmte te produceren. Dat kan uitsluitend gebeuren door minder voer op te nemen... 

Op langere termijn veroorzaakt een te lage voeropname bij lacterende zeugen ook conditieverlies, wat een nadelige invloed heeft op de latere vruchtbaarheid. Het feit dat warm zomerweer aanleiding geeft tot een dip in de vruchtbaarheidsresultaten, is grotendeels fysiologisch te verklaren: in de vrije natuur worden wilde varken 's zomers moeilijker of zelfs helemaal niet bronstig. Op die manier vermijdt moeder natuur dat de zeug 's winters gaat werpen wat gepaard zou gaan met een veel grotere uitval bij de biggen.

Bij vleesvarkens leidt dit vanzelfsprekend tot een verminderde groei, al dan niet gepaard gaande met meer onrust in de stal. Maar ook lacterende zeugen zijn niet gebaat bij tropische temperaturen: hier kan een verminderde voeropname rond het werpen aanleiding geven tot extra problemen bij het opstarten van de melkproductie. Dit komt dan weer de vitaliteit en de homogeniteit van de pas geboren biggen niet ten goede.

Naast management kan het preventief toevoegen van extra vitamines aan zeugenvoer wordt tijdens de zomerperiode warm aanbevolen, vooral met het oog op het voorkomen van latere problemen.   Een preventieve aanrijking van het voer met extra B-vitamines kan voorkomen dat de zeugen gaan verharen als gevolg van een vitaminentekort bij verlaagde voeropname.

Biggen:

Het speengewicht bepaalt latere prestaties van de biggen.

Voldoende biest voor elke big is cruciaal.

Geleidelijk schakelen van voeder zorgt voor een vlotte overgang.

Vleesvarkens:

Voederovergang en temperatuurschommeling beïnvloeden de technische resultaten.

Waterkwaliteit en voldoende zuurstof zijn van essentieel belang.

Melkvee:

De droogstandsperiode bepaalt grotendeels de uiergezondheid.

Structuur in het rantsoen is bepalend voor de opstart van de lactatie.

Vleesvee:

Voldoende structuur in het rantsoen voorkomt pensacidose.

Extra drinkwater in de zomer ter preventie van nier- en blaasstenen.